Hoofdstuk 5

Jezus is de Verzoener

Het huis van Israel was in zonden gevallen en had een grote schuld opgelopen die ze niet konden betalen (alle zonde wordt in de bijbel gezien als schuld). God was de rechter die hen verkocht als slaven aan Assyrie. Hij deed dit omdat ze zijn wetten weigerden te volgen betreffende de kwestie van slaven en lossing. De mensen weigerden om hun slaven vrij te laten op de momenten dat de wet dat eiste (Jer 34:13-17).

De eerste natie die Juda als slaaf kreeg was Babel. De schuldbekentenis van Juda aan Babel werd later doorverkocht aan Perzie, toen aan Griekenland en uiteindelijk aan Rome. In de dagen van Jezus, hield Rome de schuldbekentenis van Juda (of Judea).

De bijbel zegt in Heb 2:11-17 dat Jezus Christus niet gekomen is naar de aarde als engel. Hij kwam als mens, zichzelf het zaad van Abraham aangedaan hebbend, om zich zodoende te kwalificeren als verzoener van Israel omdat hij zodoende een naaste verwant was. Dit gaf Jezus het RECHT van verzoening.

Verderop in dit gedeelte wordt genoemd dat Jezus “vlees en bloed heeft aangenomen”, om zich zodoende ook te kwalificeren als naaste van alle Adamieten.

Om deze reden vertelt de apostel Johannes ons in zijn brief , 1 Joh 2:2, “Hij heeft onze zonden bedekt, en niet alleen de onze, maar ook die van de gehele wereld.” Jezus gaf zijn leven voor de zonden der gehele wereld. Hij betaalde de volledige schuld van elke overtreding die ooit sinds Adam is begaan. Alleen zijn leven was voldoende om deze prijs te betalen.

Dus wettelijk gezien kwam Jezus om de hele aarde te verzoenen en elke Adamiet. Dat zijn hoge doelen, maar was Jezus wel in de mogelijkheid om zo'n grote prijs te betalen? De bijbel is duidelijk dat zijn bloed nog veel meer waard was dan de volledige schuld van de gehele wereld vanaf het eerste begin. Dus inderdaad, Jezus was rijk genoeg om als verzoener alle schuld over te nemen en af te betalen.

De volgende vraag is: Had hij het recht van verzoening? Stel je voor dat degene aan wie de mens iets schuldig was, de losser niet zou accepteren en de slaaf niet zou verkopen? De bijbel maakt duidelijk dat Jezus een naaste verwant was van Israel en alle afstammelingen van Adam. Dit gaf Jezus ook het recht om verzoener te zijn. De wet was aan zijn zijde. De meester van de slaaf had niet de mogelijkheid om zijn losprijs te weigeren.

De uiteindelijke vraag is: Als God, door Jezus Christus, alle mensen kon verzoenen, zou hij het dan feitelijk ook doen? Het antwoord van deze vraag is afhankelijk van de liefde van God die hij voor zijn hele schepping heeft. Als hij boos zou zijn en er de voorkeur aan zou geven om zijn schepping te vernietigen, dan zou iemand zich af kunnen vragen of hij dan wel werkelijk verzoening brengt voor de gehele wereld. Maar de Bijbel zegt in Joh 3:16 “..want alzo lief had God de wereld dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in hem geloofd niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”

Dus we zien dat de wet Jezus Christus het recht van verzoening geeft; Hij had genoeg “geld” en nog meer om de volledige prijs te betalen; en hij had ook de liefde en de wil om het daadwerkelijk te doen.

Dus, ja, God zou inderdaad de gehele mensheid redden indien hij dit ook kon doen. Hij is niet alleen in de positie om het te doen, maar hij heeft het ook werkelijk gedaan!