Hoofdstuk 6

Wat wordt er van ons verlangd?

Er zijn vandaag vele mensen en door de gehele geschiedenis zijn deze er geweest, die niet verzoend wilden worden door het bloed van Jezus, meestal omdat ze niet echt begrepen waarvan ze danwel verlost moesten worden, of dat ze niet het geloof hadden dat hij hen daadwerkelijk vrij kon maken (kon verlossen). Wat gebeurt er met deze mensen? Zullen zij dan toch profiteren van Jezus verzoeningswerk, ondanks hun ongeloof? Ja, maar niet direct. Iedereen wordt verantwoordelijk gehouden voor zijn daden, en iedere veroordeling zal worden gebaseerd op de overtreding.

Dit is hoe het gaat. De wet van verzoening zegt dat diegenen die ermee akkoord gaan om te worden verlost door hun naaste vervolgens verplicht zijn om hun verlosser te dienen (Lev 25:53). Met andere woorden, diegenen die verlost zijn, zijn niet vrij om naar eigen believen te handelen. De verlosser heeft hun schuld afbetaald, en daarom zijn ze nog steeds slaven, maar nu zijn ze slaven van Degene die ze liefheeft en hen goed zal behandelen.

De apostel Paul zegt het zo in Rom 6:18 “wij dan vrijgekocht van de zonde, zijn slaven der rechtvaardigheid geworden.” Vervolgens gaat hij verder “toen jullie slaaf van de zonde waren, waren jullie vrij van rechtvaardigheid, maar nu zijn jullie vrijgekocht van zonden en dienaren (slaven) van God geworden”.

Indien iemand vrijgekocht is van zonde, betekent natuurlijk niet dat hij direct zondeloos, volmaakt is. Paul verwijst naar zonde als de oude meester. Toen we voor die oude meester werkten, die ons aanmoedigde om te zondigen, waren we vrij van God en zijn rechtvaardigheid. Het tegenovergestelde is ook waar dat toen God ons kocht door het bloed van Jezus Christus, we niet langer gebonden zijn aan datgene wat de zonde / satan ons opdraagt om te doen, en zijn we vrij om te doen wat goed is.

Paulus noemt zichzelf een slaaf van Jezus Christus (Rom 1:1) omdat hij de wetten van de verzoening goed begreep. Dat is waarom hij de christenen in rome vertelde dat Christus verzoening niet betekende dat ze nu vrij waren om door te gaan met zondigen. Ze waren alleen vrij van hun oude meester, de zonde, die hen in het verleden aanzette tot zondigen.

Maar wat nu met diegenen die weigeren om de mogelijkheid die God aanbiedt om met hem verzoend te worden. Diegenen die het bloed van Jezus Christus onwaardig achtten? De wet zegt in Lev 25:54

54 En is het, dat hij hierdoor niet gelost wordt, zo zal hij in het jubeljaar uitgaan, hij en zijn kinderen met hem.

De oude Hebreeuwse kalender verdeelt tijd in perioden van zeven dagen en zeven jaren. Een Jubeljaar cyclus was een periode van 49 jaren. Dan volgden de eerste 10 dagen van het 50 ste jaar wanneer op de trompet werd geblazen om de dag van het Jubeljaar aan te kondigen. Dit was de dag dat alle schulden vergeven werden en iedereen terug kon gaan naar zijn eigen grond en terugkreeg wat hij de afgelopen 49 jaren was verloren.

Natuurlijk was dit alleen van toepassing voor diegenen die niet de mogelijkheid hadden gehad om te werken om zodoende hun schulden terug te betalen. Het was ook alleen van toepassing voor diegenen die geen verlosser hadden – of wanneer mensen de losser niet hadden geaccepteerd omdat ze hem niet vertrouwden of omdat ze verkeerde informatie over de losser hadden gekregen. Wat de reden ook moge zijn, als ze zich niet onder het losserschap van Jezus Christus hebben gesteld in deze bedeling, gaan ze uiteindelijk toch vrijuit in het jubeljaar. Er is een grens die God zelf trekt met betrekking tot de maximale straf in lengte van jaren die hij Zijn kinderen oplegt.

De tijd om gelost te worden kan maximaal 49 jaar zijn. Godzelf straft ook niet eindeloos. De bijbelverzen die normaal gesproken aangehaald worden om te bewijzen dat God wel eindeloos straft zijn foutieve vertalingen vanuit de originele tekst.

Het woord “eeuwig” en “eindeloos” is vertaald vanuit het Griekse woord “aeonian” en dat betekend “behorend bij een periode / eeuw”. Met andere woorden, Gods uiteindelijke oordelen behoren toe aan een specifieke periode, tijdperk, bedeling in de toekomst dat uiteindelijk zal eindigen in het grote jubeljaar van de schepping, wanneer elk oordeel eindigt en alle mensen zullen worden gebracht tot hun uiteindelijke doel, de glorie van God, zoals hij beloofd heeft in zijn verbond.

Vele mensen hebben gedurende de geschiedenis niet geweten van het losserschap van Jezus Christus. Anderen hebben Jezus en Zijn werk verworpen. Weer andere wilden de bevelen van hun oude meester, de zonde liever volgen dan te worden vrijgemaakt door de grote verlosser. Wat de reden ook is, vele mensen hebben zichzelf niet overgegeven aan het verlossingswerk van Jezus Christus.