You successfully added to your cart! You can either continue shopping, or checkout now if you'd like.

Note: If you'd like to continue shopping, you can always access your cart from the icon at the upper-right of every page.

Quantity:

Total:

Filters

Categories

DE WETTEN VAN DE TWEEDE KOMST

Een grondige studie van Israëls feesten en hun profetische betekenis voor de wederkomst van Christus. De meeste christenen weten dat het Pascha de timing van Christus 'dood aan het kruis liet zien in Zijn eerste verschijning; maar weinigen begrijpen de betekenis van Trompetten, de Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest. Dit boek leert ook de wetten van Sonship and the Manchild.

Category - Long Book

Hoofdstuk 4

Het Beeld van de Feestdagen van Jakob

De woestijnreis van Jakob bevestigt een profetisch beeld voor zijn nakomelingen die later uit Egypte zouden vertrekken en die na 40 jaar omzwerven in de woestijn zouden terugkeren in Kanaän. Zo kunnen we het leven van Jakob na gaan en zien hoe de feestdagen zich manifesteren tijdens zijn reis, terwijl de feesten zelf nog niet eens als heilige dagen waren ingesteld totdat Israël uit Egypte vertrok.

Jakob ontving het geboorterecht en de zegen in Berseba, de “bron van de eed”, en van daaruit begon hij zijn reis naar het huis van Laban in Haran (zie Gen. 28:10). Berseba vertegenwoordigd Jakobs Pascha-ervaring, waarbij hij het geboorterecht verkreeg.

JAKOB IN BETHEL

Vanuit Berseba ging hij naar Luz, de “plaats van amandelen”. Daar had Jakob een opmerkelijke droom die ervoor zorgde dat hij die plaats een andere naam gaf, namelijk Bethel, het “huis van God”. Dit was Jakobs Pinksterervaring. Amandelen worden hoofdzakelijk met wachters vergeleken. Amandel komt van het Hebreeuwse woord shawked, waarvan de stam shawkad is, wat “waken of ontwaken” betekent. Daarom werd de amandelboom ook zo genoemd omdat dit één van de eerste bomen was die ontwaakte na de winterslaap. Deze betekenis kunnen we terugvinden in Jeremia 1:11 en 12,

11 Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak [shawked]. 12 Toen zei de HEERE tegen mij: Dat hebt u goed gezien, want Ik waak [showked] over Mijn woord om dat te doen.

God sluimert of slaapt nimmer, maar Hij waakt over Zijn Woord om er zeker van te zijn dat het ten minste door enkelingen vervuld en begrepen wordt. God roept ook wachters, zoals Jeremia, op om Zijn Woord in de gaten te houden. Dit is ook de reden dat er 22 amandelen waren op de kandelaar in de tabernakel van Mozes. Zij stellen de wachters van het Woord voor, dat Gods licht in de wereld is. Tweeëntwintig is het nummer van “licht” in de Bijbel en mede hierom komt het woordje “licht” 22 keer voor in het Evangelie van Johannes. Ook zijn er maar 22 letters in het Hebreeuws, daarom wordt het nummer 22 geassocieerd met het Woord of het licht van Zijn Woord.

De kandelaar stond in het Heilige van de Tabernakel, de plaats die Pinksteren symboliseert. Zoals u weet was de voorhof de plaats met het koperen altaar voor de offers waarop de offerdieren werden geslacht. Dit weerspiegelt de ervaring van Pasen waarbij we beginnen aan onze wandeling naar de volle aanwezigheid van God in het Heilige der Heiligen. Als we voorbij de tweede voorhangsel gaan komen we in het Heilige (Pinksteren) waar we de plaats met de kandelaar en andere voorwerpen zien. Om een ware wachter te zijn moet iemand God kennen vanuit de ervaring op het niveau van Pinksteren. Hij moet niet slechts gerechtvaardigd zijn door geloof, maar ook vervuld zijn met de Geest. De kandelaar was gevuld met olijfolie, waardoor deze brandde en de kamer verlichtte.

Er valt veel meer te zeggen over dit onderwerp dan iemand zou verwachten, maar binnen deze studie is het slechts ons doel om te laten dat zien de woestijnreis van Jakob hem leidde naar Luz, “amandelen”, hetgeen zijn pinksterervaring voorstelt. Daar had Jakob een droom waarin hij een ladder vanaf de aarde tot in de hemel zag, waarlangs de engelen van God omhoog en omlaag klommen (Gen. 28:12). Omdat de mensen deze engelen slechts als opperwezens zagen hebben ze de boodschap van deze droom gemist. Jakob ving een visioen van de essentie van het Loofhuttenfeest op, waarbij wij onze beperkingen van ons vlees afleggen en we de bekwaamheid ontvangen om heen en weer te bewegen tussen hemel en aarde. Hoewel deze ervaring een gedeelte van Jakobs Pinksteren was, was de eigenlijke betekenis een voorproefje van Loofhutten.

Jezus Zelf zinspeelt op Jakobs visioen in Johannes 1:52, waar Hij het volgende tegen Nathanaël zegt,

52 En Hij zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u allen: Van nu af zult u de hemel geopend zien en de engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen.

Jezus voorzegt hier de vervulling van de profetische droom van Jakob. Het zou weinig zin hebben om engelen op een ladder op en neer te laten klimmen. De betekenis van de droom is dat de dag zal komen waarin het Loofhuttenfeest vervuld zal worden en er een geestelijke “ladder” tussen hemel en aarde opgezet wordt. Zij die dit feest ervaren zijn in staat om zichzelf van vlees tot geest te bewegen en weer terug, net zoals Jezus deed na Zijn opstanding. Maar als we in dit gedeelte alles uit de doeken doen hebben we de komende hoofdstukken niets meer te vertellen wanneer we Loofhuttenfeest gaan behandelen.

Terugkomend op Jakob. Onthoudt dat Jakob lag te slapen in Luz. Oftewel hij sliep op de plaats van “waken”. Terwijl God geen slaap nodig heeft, heeft Jakob dit wel. In het rijk van Pinksteren sluimeren de wachters nog steeds. Dit houdt in dat zij nog geen volledige ervaring met God hebben gehad. Zij moeten nog volledig “ontwaken” om te ontdekken wie God is en om Zijn volledige Woord te bevatten en volledig in haar licht te wandelen.

Nadat hij wakker werd beloofde hij God te dienen. Ook nu weer herinnert ons dit aan de belofte van Israël aan God bij de voet van de berg Horeb, de plaats waar Israël voor het eerst Pinksteren vierde. In Exodus 19:8 wordt ons vertelt wat alle mensen beloofden,

8 Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden van het volk weer over aan de HEERE.

Wat Jakob bij Luz (Bethel) deed, deden zijn nakomelingen 263 jaar later bij Horeb. Hieruit blijkt dat Jakobs ervaring in Bethel een pinksterverhaal is.

WAAROM ZAT JAKOB FINANCIEEL AAN DE GROND?

Vanuit Bethel reisde Jakob naar Haran waar hij gedurende 20 jaar voor Laban werkte. De ouders van Jakob hadden hem niet alleen naar Haran gestuurd om de wraak van zijn broer te ontlopen, maar ook om daar een vrouw te vinden (Gen. 28:6). Is het daarom niet vreemd dat Jakob zonder geld aankomt in Haran en vervolgens zeven jaar voor Lea moet werken en vervolgens nog eens zeven jaar voor Rachel? In die tijd was het gebruikelijk om een bruidschat te schenken aan de vader van de bruid of om een wachter mee te sturen om het contract te verzegelen. Zonder twijfel kunnen we stellen dat Izak een royale bruidschat mee heeft gegeven aan Jakob. Toch had hij geen geld toen hij in Haran arriveerde.

De Bijbel zegt ons niet wat er is gebeurt, maar we kunnen wel een interessant verslag lezen in hoofdstuk 29 van het Boek van de Oprechte. We beginnen bij vers 30,

30 En toen Izak Jakob toegesproken had en hem gezegend had gaf hij hem vele geschenken, samen met zilver en goud, en hij stuurde hem weg… en Jakob was zevenenzeventig jaar toen hij vertrok uit het land Kanaän naar Berseba. 31 En toen Jakob op weg was naar Haran riep Ezau zijn zoon Elifaz bij zich en sprak in het geheim met hem, zeggende: “Haast u, neem het zwaard in uw hand en ga Jakob achterna en haal hem in, verschuil je voor hem en dood hem met het zwaard in de bergen en neem al zijn bezittingen mee terug naar mij…” 36 En Elifaz naderde Jakob en antwoordde hem zeggende: “Zo heeft mijn vader mij opgedragen te doen en daarom zal ik niet afwijken van de bevelen van mijn vader;” en toen Jakob zag dat Ezau hem de opdracht had gegeven om geweld te gebruiken naderde hij Elifaz en smeekte hem zeggende: 37 “Alles wat ik bezit en dat mijn vader en moeder mij gegeven hebben, neem het tot u en verlaat mij, dood mij niet, en laat deze daad u aanrekent worden als een daad van rechtvaardigheid.” 38 En de Heere zorgde ervoor dat Jakob genade vond in de ogen van Elifaz, de zoon van Ezau, en zijn mannen, en zij verhoorde de stem van Jakob en lieten hem in leven, en Elifaz en zijn mannen namen al het bezit van Jakob in beslag, tezamen met het zilver en goud dat hij mee had genomen uit Berseba; ze lieten niets achter.

Zo ontkwam Jakob aan hen met niets anders dan zijn leven en rustte voor de nacht in Bethel. Als we de beroving van Ezau koppelen aan profetische beelden – zelfs als deze geschiedenis niet in de Bijbel staat, kunnen we eenvoudig zien hoe dit correleert met de Rode Zee ervaring van Israël, toen ze op weg waren naar de berg Horeb. Ezau werd Edom genoemd (Gen. 36:8). Edom betekent “rood”. Net zoals het leven van Jakob in gevaar kwam toen de zoon van Ezau hem naderde, was ook het leven van Israël in gevaar toen Farao hen naderde in de Rode Zee. Maar in beide gevallen bevrijdde God hen.

Voorbij deze vergelijking brokkelt het beeld en de schaduw van die gebeurtenis af, want er is geen bewijs dat Farao ook daadwerkelijk Israël beroofde van het goud en zilver dat hen gegeven was toen zij uit Egypte vertrokken. Het beeld en de schaduw valt nog meer uiteen omdat Jakob een man was die op zoek was naar een vrouw en daarvoor een bruidschat nodig had. Aan de andere kant was Israël wel de “vrouw” op weg naar Horeb, waar God haar wilde trouwen. De bruidschat werd in dat geval door God geschonken in de vorm van geestelijke gaven en een voorschot van de Geest.

Vanwege deze reden geloof ik dat God deze details niet geschikt vond om op te tekenen in de geschiedenis van de reis van Jakob in de Bijbel. Toch is het historisch gezien interessant voor ons en steunt het op haar manier de overkoepelende gelijkenis tussen Jakobs woestijnreis en die van Israël.

JAKOB IN HARAN

Jakob arriveerde in Haran en toen hij daar Rachel zag “verhief hij zijn stem en begon hij te huilen” (Gen. 29:11). Waarom? Omdat hij zo blij was haar te zien? Nee dat was het niet, Jasher zegt: “Jakob bleef huilen omdat hij niets had meegenomen voor het huis van Laban.” Toen Jakob Rachel ontmoette was het blijkbaar liefde op het eerste gezicht en misschien wist hij toen al door goddelijke openbaring dat zij degene was die hij zou gaan trouwen. Maar het ontbreken van een bruidschap om aan haar vader te geven maakte hem waarschijnlijk erg ongelukkig.

Jakob stemde er vervolgens mee in om zeven jaar voor Laban te werken ter vervanging van de bruidschat voor Rachel. Alleen gaf Laban hem, aan het einde van de zeven jaar, zijn andere dochter Lea. Dit was Rachels tweelingzus (Jasher 28:28), hierdoor wist Jakob niet tot de volgende morgen dat hij, in plaats van Rachel, Lea getrouwd had. Toen Jakob Laban hiermee confronteerde gaf Laban hem als excuus dat Lea ouder was en dat hij haar eerder moest laten trouwen dan de jongere. Laban beloofde vervolgens aan Jakob dat hij Rachel de andere week mocht trouwen, mits hij ermee instemde om nog eens zeven jaar voor hem te werken. Dit deed hij vervolgens.

Lea en Rachel stellen twee relatieniveaus voor. Lea was ongetwijfeld de wettige vrouw van Jakob, maar Jakob hield van Rachel. In beelden en schaduwen zien we dat ook christenen verschillende relaties hebben met Christus. Sommigen zijn slechts wettige christenen, zij zijn de stappen van rechtvaardiging door geloof gevolgd. Anderen hebben een liefdesrelatie met Christus.

Om het anders te stellen, er zijn twee woorden in het Nieuwe Testament (de Griekse taal) die vertaald zijn met “liefde”. De ene is phileo, “broederlijke liefde”, de andere is agape, “goddelijke liefde”. Broederlijke liefde is goed, maar het is het soort liefde dat broers en zussen hebben als ze nog jong zijn. Het is een 50/50 relatie, een rechterlijke liefde, waarbij ze leren hoe ze de rechten en het bezit van hun broers moeten respecteren. Aan de andere kant is goddelijke liefde puur, volwassen en onvoorwaardelijk. Het is een liefde waar noch de man noch de vrouw hun rechten eisen, maar juist ernaar zoeken hoe ze beter kunnen voldoen aan de behoeften van hun echtgenoot.

Dit is het verschil tussen Lea en Rachel. Deze verschillende relaties met Jakob leren ons ook het verschil tussen een christen en een overwinnaar.

Voor zover Jakob de klassieke overwinnaar is en ons laat zien hoe God mensen traint om overwinnaar te worden, kunnen we ook uit dit verhaal opmaken hoe de overwinnaars in training eerst de wettige (vreesachtige) relatie met God verkrijgen en later een liefdesrelatie bereiken waarbij al onze vrees (angst) wordt verbannen. Leren lief te hebben is het stijgen naar een hoger niveau van volwassenheid in Christus.

Jakobs slavernij onder Laban zal Jakob misschien wel verdrukkend over zijn overgekomen, maar God had deze slavernij bepaalt om hem zodoende enkele waardevolle lessen te leren – en om ons de juiste beelden en schaduwen van Pinksteren te bieden. Jakob verkeerde in slavernij om zodoende dienaar te leren te zijn, want dit was de essentie van zijn pinkstertraining dat was begonnen met zijn “Bethel”-ervaring.

Vele jaren later werd het volk Israël uit Egypte de woestijn in geroepen om gehoorzaamheid tot de stem en wetten van God te leren. Pinksteren is een tijd waarin we leren hoe we Gods gehoorzame dienstknechten moeten zijn. We leren hoe we de stem van God kunnen horen, en horen is gehoorzamen. Het is geen feest waarin wij heersen en bloeien, maar een feest waarin we gehoorzaamheid leren door te lijden (Heb. 5:8).

Zo is Pinksteren ook de tijd waarin we geroepen worden om het visioen of de droom van Loofhutten te ontwikkelen, net zoals Jakob van deze ervaring droomde bij Behtel. Het voorproefje van het Loofhuttenfeest wordt aan het begin gegeven. Om deze reden was de eerste stop van Israël in de woestijn bij Sukkoth (“Hutten” of “Tenten”), waarbij het volk vertelt werd om gedurende hun reis in de woestijn in hutten te verblijven (Lev. 23:43). Dit betekent dat ze in hutten moesten leven ter constante herinnering aan het feit dat hun thuis niet in de woestijn was onder het feest van Pascha of Pinksteren. Hun hoop was op het Loofhuttenfeest, hun ware beloofde land.

Het werken voor Laban was (in Bijbels optiek) het equivalent aan Israëls inwoning in hutten in de woestijn. Hoe we dit weten? Zoals we later zullen ontdekken is de olie van wierrook een ander Bijbels beeld van de zalving van Loofhutten. Het Hebreeuwse woord voor wierrook is lebonaw. Het stamwoord is laban, dat “wit” betekent en spreekt in Bijbelse beeldspraak van wit linnen, dat de gerechtigheden van de heiligen zijn (Op. 19:8), en ook spreekt het van de verandering van het lichaam zoals dit wordt afgeschilderd bij de transfiguratie van Jezus in Mattheüs 17:2,

2 En Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd; Zijn gezicht straalde als de zon en Zijn kleren werden wit als het licht.

Vervolgens verscheen Mozes die met Jezus sprak; want ook hij had een vroege Loofhutten ervaring op de berg gehad toen hij afdaalde met een glanzend gezicht (Exodus 34:29). Ook verscheen Elia op dat moment, want hij had een ander gedeelte van Loofhutten ervaren toen hij “opgenomen werd” in de storm. Als de tijd daar voor is zullen we uitgebreider op deze individuele ervaring in gaan. Ondertussen tonen we nu aan dat Laban “wit” betekent en dat het, zelfs tijdens de slavernij van het Pinksterfeest, de hoop op Loofhutten aanduid.

Na 20 jaar slavernij verlaat Jakob Laban in het 21e jaar om terug te keren naar Kanaän. De timing van deze verlossing van slavernij is erg interessant, en verklapt dat hij misschien wel bekend was met Gods Jubeljaar kalender. Of hij dit nu wist of niet is onbelangrijk, zeker nu ons verteld is dat God Jakob de opdracht gaf te vertrekken (Gen. 31:11-13). God wist dit en daarom gaf God hem de opdracht te vertrekken op het 49e jaar van het 45e Jubeljaar.

Jakob was geboren in het jaar 2017 vanaf Adam. Dit was in het 43e Jubeljaar. Hij stierf 147 jaar later op het 46e Jubeljaar. Jakobs verlossing uit de slavernij geschiedde gedurende het laatste rustjaar (49e jaar) van het 45e Jubeljaar, en het jaar daarop keerde hij terug naar Bethel in het 45e Jubeljaar. De timing van deze gebeurtenissen in het leven van Jakob zijn onderliggende bewijzen dat Jakob een beeld is van een overwinnaar, getraind door God, maar ons ook de weg laat zien van “Jakob” tot “Israël”.

Aan de andere kant was Ezau Jakobs tweelingbroer en laat hij ons zien hoe we GEEN overwinnaar moeten zijn. Zijn leven is een tegenovergesteld beeld in zijn karakterontwikkeling. Maar zoals het negende hoofdstuk van Romeinen ons duidelijk vertelt had God Jakob lief en haatte Hij Ezau voordat de kinderen zelfs maar geboren waren, zodat we moeten onderkennen dat God soeverein is in Zijn keuzes waarin hij bepaalt wie een overwinnaar wordt die Zijn koninkrijk regeert en wie opgroeit om tegenovergesteld te zijn. Deze oppositie is nodig om de overwinnaars te trainen in geloof en liefde, zoals we overduidelijk kunnen leren door het bestuderen van het leven van Jakob.

JAKOB IN MAHANAÏM

Nadat Jakob het huis van Laban had verlaten stopte hij op een plaats genaamd Mahanaïm (Gen. 32:2). In het Hebreeuws betekent deze naam “twee kampen”. Daar hoorde hij dat Ezau hem tegemoet kwam met 400 gewapende mannen. Dit bevreesde Jakob en hij verdeelde zijn familie en zijn kudde in twee kampen (Gen. 32:7). God gebruikte deze situatie om een erg belangrijk beeld van de vervulling van het Feest van de Bazuinen, het eerste feest in herfst, te schetsen.

We hebben al aangetoond hoe het Feest van de Bazuinen de bestemde tijd is voor de opstanding der doden. We hebben ook aangetoond hoe God Mozes de opdracht gaf om twee trompetten te maken. Als er slechts op één trompet geblazen werd moesten de leiders van het volk samenkomen, maar als er op beide trompetten geblazen werd moest heel de gemeente (kerk) samenkomen. Hierom verdeelde Jakob zijn familie in twee kampen. Dit profeteert van twee opstandingen. Ook profeteert het van een scheiding tussen de schare van Lea en de schare van Rachel – oftewel de kerk en de overwinnaars.

Gen. 32:1 en 2 vertellen ons ook dat de engelen, de legermacht van God, Jakob ontmoetten. Ons wordt verder niets vertelt over deze ontmoeting, maar het is genoeg om het beeld te schetsen van de komende gebeurtenissen van de opstanding der doden. Judas 14 en 15 zegt,

14 Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen, 15 om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben.

Dit is een gedeelte van een citaat uit Deuteronomium 33:2 dat spreekt van Gods komst met vuur op de berg Sinaï op de eerste Pinksterdag.

2 Hij zei: De HEERE is van Sinaï gekomen, als de zon kwam Hij uit Seïr op.

Hij verscheen blinkend vanaf de Paranbergen, Hij kwam met tienduizenden heiligen, aan Zijn rechterhand was een vurige wet voor hen.

Dus de komst van de engelen van God bij Mahanaïm is een vroeg beeld van God die op de berg Sinaï neerdaalt, dat op zijn beurt weer een beeld is van de tweede komst van Christus, zoals Judas ons vertelt. Ook vertelt Judas het doel van Zijn komst met de tienduizend heiligen. Het is “om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden.” Judas was misschien wel bekend met het verhaal van Jakob dat gevonden kan worden in het Boek van de Oprechte, want daarin vinden we meer details van de hemelse engelen die Jakob zag bij Mahanaïm. Jasher 32:27-33 zegt,

27 En de Heere verhoorde op die dag het gebed van Jakob, daarom bevrijdde de Heere Jakob uit de handen van zijn broer Ezau. 28 En de Heere zond drie engelen uit de hemel en zij verschenen aan Ezau. 29 En deze engelen verschenen aan Ezau en zijn manschappen als het aangezicht van tweeduizend man, die hen rijdend op paarden met allerlei soorten wapens tegemoet reden, en zij verschenen aan Ezau en al zijn manschappen als zijnde opgedeeld in vier kampen, met vier hoofdmannen. 30 En één kamp reed uit en zij vonden Ezau die Jakob tegemoet reed met vierhonderd man, en het kamp reed op Ezau en zijn manschappen in en zij beangstigden hen, en Ezau viel van verschrikking van zijn paard, en al zijn manschappen verlieten hem, want zij waren doodsbang. 31 En het hele kamp riep hen, toen zij van Ezau vlieden, na met luide stem, en al de oorlogzuchtige manschappen antwoordde met de woorden: 32 “Zekerlijk, wij zijn dienaren van Jakob, de dienaar van God, wie zal ons overwinnen?” En Ezau zeide tot hen: “Mijn heer en broeder Jakob is uw heer, die ik al twintig jaar niet gezien heb, en behandelt u mij dan op deze manier nu de dag is gekomen dat ik hem zal weerzien?” 33 En de engelen antwoordde hem, zeggende: “Zolang de Heer leeft, was Jakob niet degene waarvan u zegt uw broeder, dan zouden we niemand van u en uw manschappen in leven gelaten hebben, maar alleen door het bevel van Jakob zullen we ze niets aandoen.

Dit verslag vertelt ons vervolgens hoe de tweede, derde en vierde gemeenschap van engelen aan Ezau verscheen, terwijl hij Jakob tegemoet reed. Toen Ezau eenmaal bij Jakobs kamp aankwam was Ezau behoorlijk aardig, nederig, onderworpen en grondig beangstigd geworden. Hij had een totale houdingsverandering ondergaan vanaf het moment dat hij van huis vertrok met vierhonderd legermanschappen met de intentie om Jakob te doden tot het moment van hun eigenlijke ontmoeting.

De engelen in dit verhaal verschijnen als voorstelling van mensen die uit de dood zijn opgestaan. Dit zijn de overwinnaars die geboren en gestorven zijn in de afgelopen jaren. Zij staan op uit de dood om degenen te assisteren die nog in leven zijn in de eindtijd. Alle overwinnaars worden geroepen om te regeren met Christus in het Tijdperk van Loofhutten, en primair houdt dit de roeping in om op aarde te regeren. Dit betekent niet dat ze de aarde VERDOEMEN, maar dat ze ware gerechtigheid zullen brengen aan het overblijfsel van de wereldpopulatie in overeenstemming met de goddelijke wet. 1 Korinthe 6:2 zegt,

2 Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld geoordeeld wordt, zou u dan ongeschikt zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken? 3 Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan alledaagse dingen?

De goddelijke wet werd in de tijd van Mozes gegeven en het was Israëls bezit gedurende vele eeuwen. Zij faalden echter om rechtvaardigheid op aarde te brengen, maar niet omdat de wet gebrekkig was, maar omdat de bestuurders van de wet God niet kenden en niet de mogelijkheid bezaten om de wet met wijsheid toe te passen. Vervolgens kreeg de Kerk de goddelijke wet opgetekend in haar Bijbel voor circa 2000 jaar in het Tijdperk van Pinksteren, maar zij had nauwelijks meer succes dan Israël had in de Paastijdperk. Maar in beide tijdperken trainde God een klein overblijfsel van overwinnaars die God kenden en die Zijn Geest hadden door wie zij de goddelijke wet met volmaakte wijsheid konden besturen. Dit zijn de heiligen van God die de goddelozen zullen berechten, die alle ongerechtigheden zullen bedwingen en die alle mensen de wet en de wegen van God zullen onderwijzen. Jesaja 26:9 zegt,

9 Met heel mijn ziel verlang ik naar U in de nacht, ja, met mijn geest diep in mij zoek ik U ernstig. Want wanneer Uw oordelen over de aarde komen, leren de bewoners van de wereld wat gerechtigheid is.

Net zoals Ezau werd weerhouden, door de vreze van God (en Jakob), om Jakob geweld aan te doen, zo zullen ook de overwinnaars het kwaad op de wereld weerhouden in het Tijdperk van Loofhutten. Jezus zei in Mattheüs 19:28 dat in de wedergeboorte de twaalf apostelen de Opperrechters van de stammen van Israël zouden zijn,

28 En Jezus zei tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.

We zagen al eerder in de brief van Paulus aan Korinthe dat er een andere positie vervult moet worden door de overwinnaars om zodoende de wereld, maar ook de engelen, te oordelen. Dit is de betekenis van het profetische verhaal over Jakob in Mahanaïm, waar hij de legermacht van God aanschouwde.

JAKOB IN PNIËL

Toen Jakob hoorde dat Ezau op weg was met 400 mannen om hem te doden is hij die nacht gaan bidden. Dit verhaal wordt ons vertelt in Genesis 32:24-31,

24 Maar Jakob bleef alleen achter, en een Man worstelde met hem, totdat de dageraad aanbrak. 25 En toen de Man zag dat Hij hem niet kon overwinnen, raakte Hij zijn heupgewricht aan, zodat het heupgewricht van Jakob ontwricht raakte toen Hij met hem worstelde. 26 Laat Mij gaan, want de dageraad is aangebroken. Maar hij zei: Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent. 27 En Hij zei tegen hem: Wat is uw naam? En hij antwoordde: Jakob. 28 Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen. 29 Jakob vroeg daarop: Vertel mij toch Uw Naam. En Hij zei: Waarom vraagt u naar Mijn Naam? En Hij zegende hem daar. 30 En Jakob gaf die plaats de naam Pniël. Want, zei hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn leven is gered. 31 En de zon ging over hem op, toen hij door Pniël gegaan was; hij ging echter mank aan zijn heup.

Deze gebeurtenis in de omzwervingen van Jakob in de woestijn representeert de Verzoendag, of het Jubeljaar. Het was voor Jakob de dag van beslissing en de uitslag van deze goddelijke worsteling was de belangrijkste verandering in Jakobs omgang met God.

We hebben al aangetoond hoe de twaalf verkenners hun slechte verslag op die dag uitbrachten. Voor hen was dit ook een dag van beslissing, want het ging erom of ze nu wel of niet het Jubeljaar konden uitroepen en zo het Beloofde Land in konden gaan. Israël weigerde om gehoorzaam te zijn en hierdoor overwonnen zij niet, zoals Jakob wel deed. Zij ontvingen niet de zegen van de engel van Gods aangezicht of verschijning. Dus op deze manier vervulden zij niet het werk van hun vader Jakob. De vervulling van de profetie van Jakobs ervaring in Pniël is tot op de dag van vandaag voor ons blijven liggen.

Dit was de plaats waar Jakob de naam “Israël” ontving. In de opmerkingen van dr. Bullinger over deze passage lezen we in The Companian Bible de betekenis van de naam Israël:

Israël = ‘God beveelt, geeft orders, of regeert’. Mensen proberen het maar falen uiteindelijk altijd. Volgens veertig Hebreeuwse namen die ‘El’ of ‘Jah’ bevatten blijkt dat God altijd de doener is binnen de naamsbetekenis (bv. Dani–el: ‘God oordeelt’)”.

Met andere woorden, Israël betekent niet “regeren met God”, zoals zo vaak gedacht wordt. Het betekent “God regeert”. God veranderde Jakobs naam van “mededinger, bezetter of hielenlichter” om zo een verandering in zijn karakter aan te duiden. Vanaf nu streed hij niet langer met mensen met de gedachte dat God onbekwaam is in het volvoeren van zijn roeping of het schenken van het geboorterecht en de zegen. Hij dacht niet langer dat God een helpende hand nodig had van de mens om het koninkrijk op aarde te vestigen. Vanaf nu realiseerde Jakob zich hij tegen beter weten in al die jaren met God had gestreden.

In Pniël leerde Jakob de les over de soevereiniteit van God. Hij leerde dat God achter Ezau en Laban zat, dat God deze beide mannen tegen Jakob heeft neergezet om hem te leren om op te houden met het strijden tegen mensen. Het doel was om hem te leren dat God niet zo hulpeloos en afhankelijk van de mens was zoals hij gedacht had. Jakob en zijn moeder hadden gedacht dat er zich een ramp zou voordoen toen bleek dat Izak de intentie had om Ezau het geboorterecht te geven. Vanwege deze gedachte beraamden zij een plan om God een handje te helpen en door bedrog zich het geboorterecht toe te eigenen.

Later was Jakob ontdaan omdat Laban hem bedroog met zijn salaris, maar Jakob was slim genoeg om Laban te overwinnen. Maar in Pniël kwam Jakob van aangezicht tot aangezicht met God te staan en ontving hij één van de meest belangrijkste openbaringen die de Schrift bevat - dat God regeert in de kwesties van de mens en dat geen mens kan voorkomen dat het koninkrijk van God op aarde gevestigd wordt. Maar ik geloof nog meer dat hij ook leerde dat geen mens kan voorkomen dat een gelovige zijn roeping, zijn geboorterecht, zal verkrijgen – datgene dat God voor hem binnen het koninkrijk van God bedoeld heeft.

Toen de volgende dag Ezau hem ontmoette zei Jakob-Israël: “Want ik heb uw aangezicht gezien alsof ik het aangezicht van God zag” (Gen. 33:10). Jakob kon eindelijk het gezicht van God in het gezicht van Ezau zien. Niemand kan Gods aangezicht (verschijning) in Ezau zien tenzij zij dit zien door goddelijke openbaring en zij de absolute soevereiniteit van God begrijpen. Zien wij God in elke omstandigheid? Of zien wij slechts het aangezicht van de duivel in onze tegenslagen? Dit is de openbaring van Pniël en dit resulteert in de naamsverandering van Jakob naar Israël. Dit is het grootste verschil tussen de gelovigen en de overwinnaars. Daarnaast is het ook noodzakelijk om deze heldere openbaring te hebben om zodoende de aarde in juistheid en gelijkheid te oordelen zonder wrok te koesteren jegens onze “vijanden”.

Jakob verloor de worsteling met de engel, maar door te verliezen van God won hij de strijd tegen de onwetendheid binnen in zijn eigen ziel. Jakob overwon, hij slaagde. Hij slaagde er niet in om God te overwinnen of om God van zijn gelijk te overtuigen. In plaats daarvan onderwierp Jakob zich aan Gods openbaring waardoor hij dus zijn eigen vijand binnen zijn eigen vleselijke gedachte overwon. Dr. Bullinger geeft ook een opmerking over het “overwinnen” van Jakob op de engel,

“Overwonnen = ‘slagen’. Jakob streed voor het eerstgeboorterecht en slaagde (Gen. 25:29-34). Hij streed voor de zegen en slaagde (Gen. 27), hij streed met Laban en slaagde (Gen. 31). Hij had met mensen gestreden en slaagde steeds. Nu streed hij met God en faalde. Daarom wordt zijn naam veranderd in Isra–el ‘God regeert’ en ‘God bepaalt’. Hij leerde hier de les die hij nodig had, namelijk de afhankelijkheid van God.”

We moeten leren om de Verzoendag te veranderen in het Jubeljaar, dat de hoogste manifestatie van de sabbatsrust is. Wanneer we ophouden met het strijden tegen satan en beginnen met het rusten in God in alle dingen, waarin we erkennen dat God soeverein is, in plaats van te denken dat de aarde aan satan toebehoort, dan en alleen dan zullen we in staat zijn om Gods rust binnen te gaan.

JAKOB IN SUKKOTH

Na de worsteling en na de ontmoeting met Ezau vervolgt Jakob zijn reis waarbij hij het Beloofde Land ingaat. Daar vestigt hij zich in Sukkoth (Gen. 33:17).

17 Maar Jakob trok naar Sukkoth. En hij bouwde een huis voor zichzelf en maakte hutten (Hebreeuws: sukkah) voor zijn vee. Daarom gaf hij die plaats de naam Sukkoth.

In Sukkoth was Jakob eindelijk terug in het Beloofde Land, zijn erfenis. Het is daarom ook erg toepasselijk dat hij de naam van die plaats “Sukkoth”, Loofhutten, geeft. In de opeenvolging van feesten is het Loofhuttenfeest de laatste feestdag binnen de profetische openbaring van de wet.

Er wordt verder niets gezegd over deze plaats waardoor wij uit dit enkele vers maar weinig informatie kunnen oppikken over het Loofhuttenfeest. De belangrijkste details van dit feest moeten verkregen worden door andere Bijbelwetten en beeldende profetische verhalen. Toch leren we één detail uit het bovenstaande vers waar vaak over heen wordt gelezen. Sukkoth is een plaats waar Jakob een huis bouwde en waar de schapen (zijn vee) in hutten verbleven.

Jaren later zegt God tegen Israël dat ze, tijdens hun omzwerving in de woestijn, in hutten moet wonen. Zij mochten geen huizen bouwen totdat ze het Beloofde Land ingingen. Jakob vervulde dit beeld door geen huis te bouwen totdat hij terug gekeerd was in Kanaän. Ook God Zelf leefde in een tent (de tabernakel van Mozes) gedurende de omzwerving in de woestijn. Pas nadat ze in het land Kanaän ingetrokken waren gaf God Salomo de opdracht om voor Hem een huis, oftewel een tempel, te bouwen.

Hieruit kunnen we de progressieve stadia van onze weg tot volwassenheid en onze omgang met God opmaken. We moeten verplaatsbaar zijn zolang we in verschillende stadia onderwezen worden. We moeten, net zoals Israël, geleidt worden door de Geest van waterplaats tot waterplaats, waarbij we bij elke stop verschillende lessen leren. Elke echte opwekking uit het verleden is gebaseerd op een nieuwe openbaring van waarheid dat God geïnjecteerd heeft in de geschiedenis van het christelijke gedachtegoed. Velen verwerpen elke waarheid, en velen verdraaien dit later omdat ze het niet door de ogen van God zien – toch zal de waarheid altijd de tand des tijds doorstaan. Ondertussen worden wij opgedragen om verplaatsbaar te zijn en niet vast te zitten in ons geloofsysteem, om te voorkomen dat wij denken dat wij de hele waarheid al in pacht hebben.

Dit is de zwakheid van de meeste denominaties. Het zijn huizen die gebouwd zijn in de woestijn met vaste geloofsbelijdenissen die veronderstellen dat zij, veel te vroeg, tot volle kennis van de waarheid zijn gekomen.

Het feit dat Jakob-Israël zijn huis bouwde in Sukkoth suggereert het beeld dat bij de vervulling van Loofhutten de overwinnaars, door de volheid van de Geest, een volkomen kennis van God hebben. De apostel Paulus doet voorbede voor ons Ef. 3:14-19,

14 Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus, 15 naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, 16 opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, 17 opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent, 18 opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, 19 en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God.

Het Loofhuttenfeest is het moment waarbij de overwinnaars de volheid van God permanent zullen ervaren. Voorafgaand aan die bestemde tijd moeten we genoegen nemen met een onderpand van de Geest, dat Pinksteren karakteriseert. Soms zijn enkelen, net zoals Mozes, in staat geweest om op een tijdelijke basis de ervaring van Loofhutten in te gaan, maar niemand is in staat geweest om zich er ten volle in te verheugen.

In Pinksteren zijn we nog niet tot Gods hoogste rust (sabbat) ingegaan. Net zoals er drie sabbatten zijn (de 7e dag, het 7e jaar en het Jubeljaar), zijn er ook drie stadia van rust die gelovigen kunnen ervaren. Deze ‘rusten’ corresponderen met de drie feesten. De eerste twee feesten zijn gehouden terwijl wij in tenten verblijven. De derde wordt gehouden in een tempel van rust.

Gedurende Israëls omzwervingen in de woestijn zocht God een rustplaats voor de ark van het verbond en voor het volk van Israël. Numeri 10:33 zegt,

33 Zo trokken zij drie dagreizen van de berg van de HEERE vandaan. En de ark van het verbond van de HEERE trok drie dagreizen voor hen uit, om een rustplaats voor hen te zoeken.

Uiteindelijk vond God een rustplaats in de tempel van Salomo, die een beeld is van de volwassen gelovige die Loofhutten ervaren heeft. God heeft een lange tijd gezocht naar een rustplaats op aarde. De tempel van Salomo was slechts een beeld en schaduw van de ware rustplaats die Hij verlangt in ons. De tempel van Salomo werd op de 8e dag van Loofhutten vervuld met de Geest. (1 Koningen 8:2; 2 Kron. 7:1-10).

Vandaag de dag zijn wij als gezamenlijk lichaam de tempel van God. God wil in ons rusten, net zoals wij Hem zoeken om in te rusten. Als wij, net zoals Jakob-Israël, naar Sukkoth gaan, zullen we daar ons huis bouwen en Zijn rust, op de meest verheven manier, ingaan. Maar de rest van de schapen en geiten (het vee) zullen in tenten verblijven, net zoals Israël in de woestijn, want zij zijn nog niet gereed voor het Loofhuttenfeest. De Kerk weet, net zoals het oude Israël, niets van het Jubeljaar, noch kunnen ze helder het aangezicht van God zien in het aangezicht van hun vijanden. En daarom kunnen ze, net zoals hun voorgangers onder Mozes, slechts de Verzoendag vieren. Ze zullen in tenten verblijven tot de toekomende eeuw. Zij zullen gehoorzaamheid moeten leren van de overwinnaars, die geroepen zijn om, aan de hand van de goddelijke wet, de aarde te oordelen en te regeren.